Uitspraak
17 7977 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Bijvoorbeeld de collectieve
ziektekostenverzekering, de Tegemoetkoming meerkosten zorg, het AOW- en Jeugdtegoed,
het gereduceerde tarief voor de Rotterdampas;
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een bijstandsgerechtigde, verzocht om een individuele inkomenstoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college kende een toeslag van €100 toe, welke na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft voorgeschreven en gemeenten vrij zijn in de invulling daarvan. De Raad bevestigde dat het college de hoogte van de toeslag van €50 per toeslagjaar, met een verdubbeling in 2016, passend heeft gemotiveerd binnen het Rotterdamse armoedebeleid.
De Raad oordeelde dat de keuze voor een uniforme toeslag voor alle leefvormen, waaronder gehuwden met kinderen, niet onredelijk of onrechtmatig is. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur en rechtsbeginselen werden toegepast bij de terughoudende toetsing van het algemeen verbindend voorschrift. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot toekenning van de individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd.