ECLI:NL:CRVB:2018:4035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft op 10 april 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende haar deze toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de toeslag bedoeld is om armoede te bestrijden en dat de hoogte van €50 niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid van Rotterdam. Tevens stelde zij dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig is.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan een terughoudende toetsing doorstaan. De door appellante aangevoerde gronden zijn reeds gemotiveerd behandeld in eerdere uitspraken en bieden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een uniforme individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm.