ECLI:NL:CRVB:2018:4040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellant diende op 13 juni 2016 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag, die aanvankelijk werd afgewezen maar later bij besluit van 23 december 2016 alsnog werd toegekend door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de toeslag van €50,- niet passend is binnen het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat er geen differentiatie is naar leefvorm, waardoor bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch differentiatie naar leefvorm verplicht stelde. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan de toets van terughoudendheid doorstaan.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in eerdere vergelijkbare zaken en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.