ECLI:NL:CRVB:2018:4038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellant heeft op 31 mei 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende deze toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van de toeslag van €50, omdat deze niet was gemotiveerd in relatie tot het armoedebeleid en omdat er geen differentiatie werd gemaakt naar leefvorm, wat volgens appellant onevenredig was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd. De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch differentiatie naar leefvorm. De Raad oordeelt dat de keuze voor één toeslag passend is en dat de Verordening voldoende gemotiveerd is.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.