ECLI:NL:CRVB:2018:4037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de hoogte van de toeslag van €50,- onvoldoende gemotiveerd was en dat de toeslag onevenredig was omdat deze niet differentieerde naar leefvorm, waardoor bijvoorbeeld gehuwden met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en ook geen differentiatie naar leefvorm. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan de toets van terughoudendheid doorstaan.
De Raad ziet geen reden om anders te oordelen dan in eerdere vergelijkbare zaken en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van één individuele inkomenstoeslag voor alle leefvormen.