ECLI:NL:CRVB:2017:881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen met beperkte terugwerkende kracht wegens beleidsafwijking
Betrokkene diende in september 2000 een aanvraag in voor een AOW-pensioen en gaf daarbij aan dat hij in de relevante periode in Nederland woonde. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een gekort AOW-pensioen toe, waarbij pas veertien jaar later expliciet melding werd gemaakt van de korting. Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat hij recht had op een volledig AOW-pensioen vanaf het begin.
De rechtbank stelde betrokkene in het gelijk en bepaalde dat hij vanaf november 2000 recht had op een ongekorte AOW-uitkering. De Svb ging in hoger beroep en voerde aan dat het beleid een terugwerkende kracht van maximaal vijf jaar toestaat bij herziening wegens fouten.
De Raad volgde de nieuwe toetsingslijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en oordeelde dat, hoewel bijzondere omstandigheden een afwijking van het beleid rechtvaardigen, volledige terugwerkende kracht vanaf november 2000 niet passend is. Gezien de nalatigheid van betrokkene om eerder actie te ondernemen en de lange periode van veertien jaar waarin een gekort pensioen werd ontvangen, werd een terugwerkende kracht van zeven jaar en een maand vastgesteld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze een terugwerkende kracht vanaf november 2000 bepaalde, en de Svb werd opgedragen dit uit te voeren.
Uitkomst: Betrokkene krijgt een volledig AOW-pensioen met terugwerkende kracht vanaf december 2007, niet vanaf november 2000.