ECLI:NL:CRVB:2026:175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag ANW-uitkering wegens ontbreken duurzame band ingezetene
Appellante diende een herhaalde aanvraag in voor een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot, welke door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening van het eerdere besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De kern van het geschil betreft de vraag of de echtgenoot van appellante op het moment van overlijden verzekerd was voor de ANW en of hij als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt. Uit het dossier blijkt dat de echtgenoot sinds juli 2019 niet meer in de Basisregistratie Personen (BRP) stond ingeschreven en op het moment van overlijden in Turkije woonde. Appellante kon niet aannemelijk maken dat er een duurzame persoonlijke band met Nederland bestond.
Verder is vastgesteld dat de echtgenoot niet verzekerd was krachtens de Turkse wettelijke regeling, zodat ook op grond van het Verdrag tussen Nederland en Turkije geen aanspraak op een ANW-uitkering bestaat. Het beroep op discriminatie wegens nationaliteit faalt omdat het onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen objectief gerechtvaardigd is.
De Raad concludeert dat de Svb terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten zijn en dat het bestreden besluit niet evident onjuist is. Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de herhaalde aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag om een ANW-uitkering wegens het ontbreken van een duurzame persoonlijke band met Nederland en verzekeringsrecht.