ECLI:NL:CRVB:2017:4352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens passende eigen werkzaamheden
Appellante, werkzaam als ouderenadviseur en maatschappelijk werkster, viel op 1 oktober 2012 uit en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij ongeschikt was voor haar maatgevende arbeid, maar dat haar resterende verdiencapaciteit passend was bij haar eigen werkzaamheden van 24 uur per week. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar functionele mogelijkheden waren overschat en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom haar werkzaamheden representatief zijn voor haar verdiencapaciteit. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was, inclusief een eigen onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat appellante haar werkzaamheden feitelijk verrichtte zonder relevante overschrijdingen van haar belastbaarheid en zonder excessieve uitval of gezondheidsproblemen. De Raad zag geen aanleiding tot twijfel over de duurzaamheid van haar arbeidsverrichting en bevestigde het besluit dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.