ECLI:NL:CRVB:2024:1977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na langdurige ziekte en werd door het UWV geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat zij haar eigen werk aangepast voor gemiddeld 20 uur per week kon verrichten, wat overeenkomt met 33,97% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, omdat voldoende was gemotiveerd dat de arbeid passend en duurzaam was en de verdiensten representatief voor de resterende verdiencapaciteit. Appellante voerde aan dat de urenbeperking onjuist was en haar klachten ernstiger, maar kon dit niet onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat de schatting van de arbeidsongeschiktheid juist was toegepast volgens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.