Uitspraak
17.3401 WIA
14 maart 2017, 16/6467 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als toezichthouder en heeft een WIA-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de functie van toezichthouder passend is, mede omdat appellante deze functie al geruime tijd uitoefent en er geen medische gronden zijn die dit tegenspreken. De medische rapporten, waaronder die van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, ondersteunen dat appellante belastbaar is voor licht zittend werk. Het ziekteverzuim was weliswaar aanwezig, maar niet zodanig dat de functie als niet passend kan worden aangemerkt.
Ook de berekening van het maatmaninkomen door het UWV wordt gevolgd, ondanks dat appellante hogere bedragen op loonstroken aanvoert. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.