ECLI:NL:CRVB:2021:1981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na praktische schatting
Appellante, laatstelijk werkzaam als kinderverpleegkundige, meldde zich ziek met vermoeidheids- en spanningsklachten en werkte later als applicatiebeheerder voor 15,99 uur per week. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was vastgesteld op basis van een praktische schatting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functie van applicatiebeheerder passend was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de functie niet passend was, en verzocht om benoeming van een onafhankelijk deskundige.
De Raad oordeelde dat de praktische schatting op de feitelijk verrichte arbeid mocht worden gebaseerd en dat de verdiensten representatief zijn voor de resterende verdiencapaciteit. De stellingen van appellante waren onvoldoende onderbouwd om het oordeel te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een WIA-uitkering bevestigd.