ECLI:NL:CRVB:2017:4327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens discriminatoir vermogensonderzoek in Tilburg
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en werden onderzocht in het kader van een project gericht op het opsporen van vermogen in het buitenland, specifiek in Turkije. Het college voerde onderzoek uit via een extern bureau en stelde vast dat appellanten onroerende zaken in Turkije bezaten, wat leidde tot intrekking van bijstand en terugvordering van kosten.
Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat het onderzoek discriminerend was omdat het zich uitsluitend richtte op bijstandsgerechtigden met de Turkse nationaliteit. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat het onderzoek inderdaad discriminerend was en niet gerechtvaardigd door zeer gewichtige redenen, waardoor het bewijs uit dit onderzoek niet gebruikt mag worden.
Voor de periode vanaf 2 juli 2013 tot en met 20 oktober 2014 is vastgesteld dat appellanten hun inlichtingenplicht hebben geschonden door geen volledige bankafschriften te verstrekken, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en de afwijzing van latere aanvragen terecht was.
De Raad vernietigt het besluit tot intrekking en terugvordering voor de periode van 1 augustus 2009 tot en met 1 juli 2013 en draagt het college op een nieuw besluit te nemen. De afwijzing van latere aanvragen wordt bevestigd. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellanten voor de eerste zaak.
Uitkomst: Besluit intrekking en terugvordering bijstand vernietigd wegens discriminatoir onderzoek; afwijzing latere aanvragen bevestigd wegens schending inlichtingenplicht.