ECLI:NL:CRVB:2019:1210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Schoneveld
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking bijstand wegens niet gemeld bezit onroerend goed
Appellanten ontvingen bijstand vanaf 2004 en zijn eigenaar van twee woningen in Turkije, waarvan het bezit niet tijdig is gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Het college heeft de bijstand ingetrokken en terugvordering ingesteld wegens het niet melden van dit vermogen.
De Raad heeft eerder het besluit vernietigd vanwege onrechtmatig verkregen bewijs, waarna het college een nieuw besluit nam waarin het beroep van appellanten opnieuw ongegrond werd verklaard. Appellanten stelden dat de waarde van de woningen wel vastgesteld kan worden op basis van taxatierapporten uit 2014, maar konden dit niet onderbouwen voor de periode in geding.
De Raad oordeelt dat door het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting niet kan worden vastgesteld of appellanten recht hadden op bijstand in de betreffende periode. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van bijstand en terugvordering wegens niet gemeld bezit van onroerend goed wordt ongegrond verklaard.