ECLI:NL:CRVB:2017:3155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijk beroep tegen intrekking bijstand wegens onrechtmatig onderzoek naar vermogen in Turkije
Appellante kreeg bijstand toegekend sinds 1996. Het college voerde een themacontrole uit naar vermogen in het buitenland, gericht op bijstandsgerechtigden met een buitenlandse nationaliteit of afkomst, met een focus op personen met een band met Turkije. Appellante werd onderzocht omdat zij tot deze groep behoorde. Uit onderzoek bleek dat zij mede-eigenaar was van een woning in Turkije en beschikte over een Turkse bankrekening met een erfenis die zij niet had gemeld.
Het college besloot de bijstand op te schorten en later in te trekken met terugvordering van de kosten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het onderzoek geen discriminatie opleverde en de gegevens rechtmatig waren verkregen.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek discriminerend was omdat het zich uitsluitend richtte op personen met een Turkse nationaliteit of afkomst zonder objectieve rechtvaardiging. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende heeft aangetoond dat er zeer gewichtige redenen waren voor deze selectie en dat het onderscheid daarom strijdig is met het discriminatieverbod van het EVRM. Hierdoor konden de onderzoeksbevindingen niet als bewijs worden gebruikt.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante. De Raad bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen bij hem beroep kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens strijd met het discriminatieverbod en het college moet een nieuwe beslissing nemen.