ECLI:NL:CRVB:2017:2408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens onvoldoende verantwoording in 2012
Appellant ontving in 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) van het Zorgkantoor voor AWBZ-zorg. Hij gaf op de verantwoordingsformulieren betalingen aan aan Pre-Active, maar kon geen deugdelijke onderbouwing leveren over de geleverde zorg. Het Zorgkantoor stelde het pgb daarom op nihil en vorderde onverschuldigde voorschotten terug.
Appellant voerde aan dat Pre-Active verantwoordelijk was voor de administratie en dat hij slachtoffer was van fraude, wat hij bij de politie had gemeld. Hij stelde dat het Zorgkantoor had moeten onderzoeken of Pre-Active fraudeerde en dat het de civiele vordering op Pre-Active had moeten overnemen. Het Zorgkantoor stelde dat appellant zelf verantwoordelijk was voor de verantwoording en dat het onderzoek naar fraude geen aanleiding gaf tot kwijtschelding.
De Raad oordeelde dat het vaststellings- en terugvorderingsbesluit terecht is genomen en dat de brief van de staatssecretaris over fraudebestrijding geen rol speelt bij de beoordeling van het besluit zelf, maar bij de invordering. De Raad benadrukte dat de verantwoordelijkheid voor de verantwoording bij appellant ligt, ook als hij het beheer aan een derde heeft uitbesteed. De belangenafweging door het Zorgkantoor was redelijk en de terugvordering is gegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant onvoldoende verantwoording heeft afgelegd en dat het Zorgkantoor het pgb op nihil mocht stellen en de terugvordering terecht is.