ECLI:NL:CRVB:2016:1501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na te laat bezwaar en aflossingsverplichting
Appellante ontving tot 1 april 2014 bijstand op basis van de Wet werk en bijstand (WWB). Het dagelijks bestuur schortte bij besluit van 2 mei 2014 het recht op bijstand op vanwege het niet inleveren van een mutatieformulier en trok dit bij besluit van 14 mei 2014 definitief in. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deed dit te laat.
De Raad oordeelde dat het besluit van 14 mei 2014 rechtsgeldig bekend was gemaakt, mede omdat appellante een aflossingsregeling volgde en betalingen verrichtte, wat een contra-indicatie vormt dat het besluit niet ontvangen zou zijn. Hierdoor was het bezwaar niet-ontvankelijk en stond het besluit vast.
Verder werd vastgesteld dat er geen bijzondere omstandigheden waren die recht gaven op bijstand voorafgaand aan de aanvraagdatum. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen omdat het hoger beroep faalde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijstand per 1 april 2014 wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.