ECLI:NL:CRVB:2015:2844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Intrekking WIA-uitkering wegens simulatie en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving vanaf 3 april 2007 een WIA-uitkering wegens psychische klachten. Na medisch onderzoek en een expertise van psychiater Van Loenen werd vastgesteld dat zij ernstig psychotisch was en niet in staat tot arbeid. Later onderzoek in 2011 en een observationele opname in 2012 door psychiater Van Laarhoven concludeerden echter dat appellante haar arbeidsongeschiktheid had voorgewend en in staat was tot loonvormende arbeid.
Het UWV trok daarom de uitkering per 3 april 2007 in wegens het vermoeden van onjuiste informatieverstrekking en gebrek aan medewerking aan onderzoek. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat de uitkering ten onrechte was toegekend.
De Raad benadrukte dat intrekking met terugwerkende kracht in principe in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, maar dat uitzonderingen mogelijk zijn bij onjuiste informatieverstrekking door de uitkeringsgerechtigde. De Raad vond de conclusies van de expertise overtuigend en onpartijdig, en bevestigde dat appellante bewust had gesimuleerd. De intrekking van de uitkering werd daarom gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering met terugwerkende kracht per 3 april 2007 wordt bevestigd wegens simulatie en schending van de inlichtingenplicht.