ECLI:NL:CRVB:2015:4277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking IVA-uitkering wegens simulatie arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds oktober 2005 wegens psychische klachten niet kon werken, ontving vanaf oktober 2007 een IVA-uitkering op grond van een ernstige psychiatrische stoornis. In 2011 leidde een medisch heronderzoek tot de conclusie dat appellant een milder psychiatrisch beeld vertoonde en in staat was tot arbeid. Het UWV stelde dat appellant zijn gezondheidstoestand onjuist had voorgespiegeld, wat leidde tot een onterechte uitkering.
Het UWV trok de uitkering per 20 januari 2012 met terugwerkende kracht in en vorderde de reeds betaalde bedragen terug. Appellant voerde aan dat hij niet had gesimuleerd en dat de intrekking in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de uitkering onterecht was toegekend door misleiding.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad onderschreef het standpunt van het UWV dat appellant door simulatie en het schenden van zijn inlichtingenplicht onterecht een uitkering ontving. De intrekking met terugwerkende kracht en de terugvordering zijn rechtmatig, en er zijn geen dringende redenen om hiervan af te zien.
De Raad concludeerde dat de IVA-uitkering terecht is ingetrokken en dat de terugvordering van de uitkering over de periode van 7 oktober 2007 tot en met 30 september 2011 gegrond is. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd, en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de IVA-uitkering met terugwerkende kracht per 7 oktober 2007 en de terugvordering van de onterecht betaalde uitkering worden bevestigd.