ECLI:NL:CRVB:2015:4119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E. Dijt
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens gesimuleerd psychiatrisch beeld
Appellant, werkzaam als schoonmaker, kreeg vanaf 5 november 2003 een WAO-uitkering toegekend wegens vermeende arbeidsongeschiktheid. Na een strafrechtelijk onderzoek en aanvullend medisch onderzoek door psychiater Kondakçi bleek dat appellant bewust ernstige psychiatrische symptomen had geveinsd om een uitkering te verkrijgen.
Het UWV trok de uitkering in en vorderde de betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, stellende dat appellant bij medische onderzoeken in 2003 en 2005 een onjuist beeld had gesimuleerd en dat hij geen arbeidsbeperkingen had die recht gaven op de WAO-uitkering.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door het ontbreken van het volledige strafdossier in zijn belangen was geschaad en stelde hij vooringenomenheid van de psychiater. De Raad oordeelde echter dat het bewijs voldoende was en dat het onderzoek onafhankelijk was uitgevoerd.
De Raad bevestigde dat appellant geen recht had op de uitkering vanaf 5 november 2003 en dat de intrekking met terugwerkende kracht gerechtvaardigd was. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd wegens gesimuleerd psychiatrisch beeld.