ECLI:NL:CRVB:2015:4429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering niet gerechtvaardigd wegens onvoldoende bewijs onjuiste informatieverstrekking
Appellant, die sinds 2004 wegens ernstige psychische klachten arbeidsongeschikt is, ontving vanaf 23 juni 2006 een WIA-uitkering. Het UWV stelde later vast dat deze uitkering ten onrechte was toegekend en vorderde het bedrag met terugwerkende kracht terug, omdat appellant volgens het UWV onjuiste informatie had verstrekt over zijn medische situatie.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of appellant bewust een onjuist beeld van zijn gezondheid had gegeven, waardoor de uitkering onterecht werd verstrekt. Diverse verzekeringsartsen en psychiaters onderzochten appellant, waarbij de diagnose schizofrene stoornis werd gesteld, maar later een diagnostische opname onder leiding van psychiater Notten geen aanwijzingen voor ernstige psychiatrische problematiek vond.
De rechtbank had het standpunt van het UWV gevolgd en het beroep ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept de besluiten van het UWV en veroordeelt het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de WIA-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van onjuiste informatieverstrekking.