Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.001,44;
- bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 478,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving vanaf 25 april 1997 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende fraude door haar behandelend psychiater, verrichtte het Uwv een heronderzoek en schortte de uitkering per 1 augustus 2011 op. Verzekeringsartsen concludeerden dat betrokkene niet arbeidsongeschikt was en mogelijk simuleerde.
Het Uwv trok de uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde onverschuldigde betalingen terug. De rechtbank vernietigde deze besluiten deels, oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor simulatie in de periode 1997-2011, maar vond intrekking vanaf 1 augustus 2011 gerechtvaardigd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond dat de medische rapporten van psychiaters Visser en Colon een ernstige psychiatrische stoornis aantoonden en dat het Uwv onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat betrokkene haar klachten bewust voorwendde. Intrekking met terugwerkende kracht was daarom in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Het hoger beroep van betrokkene slaagde niet ten aanzien van de intrekking vanaf 1 augustus 2011, maar het hoger beroep van het Uwv tegen de terugwerkende intrekking werd eveneens verworpen. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht is onrechtmatig; intrekking vanaf 1 augustus 2011 is gerechtvaardigd.