ECLI:NL:CRVB:2015:1665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning aansprakelijkheid werkgever voor schade door werkomstandigheden
Appellante was sinds 1999 in dienst bij de provincie Drenthe en kampte vanaf 2006 met psychische en lichamelijke klachten gerelateerd aan haar werk. Na verschillende conflicten en re-integratieproblemen werd in 2009 een vaststellingsovereenkomst gesloten die later door de Raad werd herroepen wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst en onrechtmatig ontslag.
Appellante verzocht het college aansprakelijkheid te erkennen voor de schade die zij door de werkomstandigheden had geleden. Het college wees dit af, waarna appellante bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat hoewel er sprake was van minder prettige en frustrerende situaties en onzorgvuldig handelen door het college, appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze omstandigheden objectief als buitensporig konden worden beschouwd. De zorgplicht van de werkgever strekt niet zo ver dat alle wrijvingen op de werkvloer moeten worden voorkomen.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat geen sprake was van abnormale werkomstandigheden die aansprakelijkheid rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het college is niet aansprakelijk voor de schade van appellante.