ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen werkgever Koninklijke Landmacht
Appellant, voormalig majoor bij de Koninklijke Landmacht, vorderde schadevergoeding wegens psychische schade veroorzaakt door onrechtmatige bejegening en hoge werkdruk in 1993-1994. Hij stelde dat de werkgever onvoldoende bescherming bood tegen tegenwerking en onbehoorlijke bejegening, wat leidde tot voortijdig ontslag.
De Raad overwoog dat de zorgplicht van de werkgever zich uitstrekt tot het voorkomen van psychisch ziekmakende werkomstandigheden, maar dat niet van de werkgever kan worden verlangd bescherming te bieden tegen alle denkbare problemen. De Raad concludeerde dat de werkdruk niet buitensporig was, mede omdat overuren deels voortkwamen uit eigen studie en compensatieverlof werd toegekend.
Verder was er sprake van spanningen en meningsverschillen met leidinggevenden, maar deze werden niet als onrechtmatig of rancuneus beoordeeld. De ontheffing uit functie was het gevolg van een reorganisatie en niet van onrechtmatig handelen. Klachten werden niet altijd duidelijk geformuleerd door appellant, en de Staatssecretaris had adequaat gereageerd.
De Raad achtte de gestelde schade niet toerekenbaar aan de Staatssecretaris en wees ook een vergoeding op grond van artikel 115 AMAR Pro af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.