ECLI:NL:CRVB:2014:173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Ontslag niet rechtsgeldig wegens ontbreken vaststellingsovereenkomst
Appellante was sinds 1999 in dienst bij de provincie en kampte vanaf 2006 met gezondheidsproblemen die verband hielden met het werk. Na conflicten binnen haar team en langdurige ziekte volgden onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst (VO) die het ontslag zou regelen. Hoewel de VO door beide partijen werd ondertekend, bestonden er nog onduidelijkheden en vragen bij appellante over de gevolgen en voorwaarden van de overeenkomst.
Het college verleende op basis van de VO eervol ontslag, maar appellante was ziek gemeld en ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Raad dat het college onvoldoende had vastgesteld dat appellante volledig begreep en instemde met de beëindiging van haar dienstverband volgens de VO.
De Raad stelde vast dat appellante nog vragen had en voorwaarden stelde bij haar ondertekening, en dat het college geen contact meer zocht om deze onduidelijkheden weg te nemen. Hierdoor was geen geldige vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, waardoor het college niet bevoegd was het ontslag te verlenen. De Raad vernietigde het besluit, herroept het ontslag en veroordeelde het college tot vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd omdat geen geldige vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen.