ECLI:NL:CRVB:2013:CA0443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid en herziening WW-uitkering na beëindiging dienstbetrekking op verzoek
Werkneemster was beleidsadviseur bij Agentschap Telecom en is op 1 september 2008 ontslagen op eigen verzoek na onderhandeling met werkgever over beëindiging van de dienstbetrekking. Werkneemster ontving een beëindigingsvergoeding en vroeg een WW-uitkering aan die het UWV toekende.
Werkgever maakte bezwaar tegen de toekenning van de WW-uitkering, stellende dat werkneemster verwijtbaar werkloos was geworden. Het UWV trok aanvankelijk de uitkering in, maar herzag dit besluit na bezwaar van werkneemster. De rechtbank oordeelde dat de werkgever tijdig bezwaar had gemaakt en dat werkneemster verwijtbaar werkloos was omdat zij zelf voor ontslag koos terwijl er nog mogelijkheden waren om haar functioneren te verbeteren.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad dat de dienstbetrekking op verzoek van werkneemster was beëindigd en dat voortzetting redelijkerwijs van haar kon worden gevergd, waardoor sprake is van verwijtbare werkloosheid. Het UWV had onvoldoende onderzoek gedaan naar de verwijtbaarheid en handhaafde ten onrechte de uitkering. De Raad oordeelde dat het UWV de uitkering niet met terugwerkende kracht kon intrekken omdat de uitkering niet door schuld van werkneemster ten onrechte was verstrekt. Het hoger beroep van werkneemster werd gegrond verklaard, dat van werkgever ongegrond.
Uitkomst: Werkneemster is verwijtbaar werkloos geworden, maar het UWV heeft de WW-uitkering terecht niet met terugwerkende kracht ingetrokken.