ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag en verwijtbaarheid werkloosheid bij outplacementtraject en vrijwillig ontslag
Appellant was werkzaam als onderwijsassistent/beheerder studieruimte en meldde zich ziek met spanningsklachten gerelateerd aan zijn werk. Na hersteladvies en gesprekken met de werkgever over passende werkzaamheden, werd geen geschikte werkplek gevonden. Appellant volgde een outplacementtraject van 1 juli 2008 tot 31 december 2008 en nam vervolgens vrijwillig ontslag per 1 januari 2009.
Het Uwv kende appellant een WW-uitkering toe, maar trok deze later in omdat appellant verwijtbaar werkloos zou zijn geworden door het beëindigen van de dienstbetrekking zonder dat voortzetting redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het ontslag het resultaat was van onderhandelingen tussen werkgever en appellant over de invulling van zijn functie en de mogelijkheden tot hervatting. Omdat geen geschikt werk beschikbaar was en de werkgever duidelijk maakte dat beëindiging zou volgen bij niet-hervatting, was het volgen van het outplacementtraject feitelijk de enige optie. De Raad concludeert dat appellant niet verwijtbaar werkloos is geworden en vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt hersteld omdat appellant niet verwijtbaar werkloos is geworden.