ECLI:NL:CRVB:2004:AO7429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering BWOO-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant was werkzaam bij Stichting Onderwijsgroep De Landstede en werd ziek in juni 1995. Na diverse conflicten en het niet meewerken aan reïntegratie, werd zijn salaris stopgezet en de arbeidsovereenkomst ontbonden. Appellant vroeg een BWOO-uitkering aan, die aanvankelijk werd toegekend onder voorbehoud van verwijtbaarheid.
De Minister stelde later vast dat appellant verwijtbaar werkloos was en paste een korting toe op de uitkering. De werkgever maakte bezwaar tegen de uitkering, stellende dat deze ten onrechte werd toegekend. De rechtbank oordeelde dat de uitkering blijvend geheel geweigerd moest worden. De Minister nam daarop een nieuw besluit tot volledige weigering van de uitkering.
In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaar van de werkgever niet ontvankelijk was, maar de Raad oordeelde dat de werkgever als belanghebbende tijdig bezwaar had gemaakt. De Raad bevestigde dat appellant zich verwijtbaar had gedragen door niet mee te werken aan reïntegratie en dat de weigering van de uitkering gerechtvaardigd was. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de Minister werd veroordeeld in de proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de blijvende gehele weigering van de BWOO-uitkering wordt ongegrond verklaard.