ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven bij toekenning AOW-pensioen aan geregistreerde partners
Appellante, die een geregistreerd partnerschap is aangegaan en een zogenoemde LAT-relatie onderhoudt, vroeg om AOW-pensioen toegekend als ongehuwde. De Sociale verzekeringsbank kende haar echter het pensioen toe op gehuwdenniveau, omdat zij en haar partner niet duurzaam gescheiden leven.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad baseert zich op vaste rechtspraak waarin duurzaam gescheiden leven wordt gedefinieerd als een gewilde verbreking van de echtelijke samenleving, waarbij ieder zijn eigen leven leidt als ware hij niet gehuwd, en die toestand bestendig is bedoeld.
Ondanks het feit dat appellante en haar partner niet samenwonen, blijkt uit hun gezamenlijke activiteiten en financiële verwevenheid dat zij niet duurzaam gescheiden leven. Het beroep van appellante op een verouderd criterium en op het discriminatieverbod faalt, mede omdat de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft en echtgenoten een afdwingbare zorgverplichting jegens elkaar hebben.
Het aangehaalde onderzoek naar regionale verschillen in de toepassing van criteria voor gezamenlijke huishouding is niet relevant voor deze zaak. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Appellante wordt terecht als gehuwde aangemerkt en ontvangt AOW-pensioen op gehuwdenniveau.