ECLI:NL:HR:2010:BL7267
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven in fiscale partnerregeling Wet IB 2001
Belanghebbende was gehuwd maar leefde met haar echtgenoot in 2005 niet samen in één huishouden; zij woonden apart en ontmoetten elkaar alleen in weekends en vakanties. De vraag was of zij duurzaam gescheiden leefden in de zin van artikel 1.2 van de Wet IB 2001, zodat zij fiscaal niet als partners moesten worden aangemerkt.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, het Hof gaf haar gelijk en oordeelde dat echtgenoten die minder dan zes maanden een gemeenschappelijke huishouding voeren duurzaam gescheiden leven indien dit als bestendig wordt bedoeld. De Hoge Raad vernietigde het Hof-arrest en bevestigde de Rechtbankuitspraak.
De Hoge Raad stelde dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten ieder een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat het enkele feit dat zij minder dan zes maanden een gemeenschappelijke huishouding voeren niet voldoende is. De wetgever heeft bewust een onderscheid gemaakt tussen gehuwden en niet-gehuwden en dit is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of de godsdienstvrijheid.
Het beroep op vertrouwen faalde omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor een toezegging van de Belastingdienst. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie van de Staatssecretaris toe, vernietigde het Hof-arrest en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat belanghebbende en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leven in de zin van de Wet IB 2001.