ECLI:NL:CRVB:2017:2067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden huwelijk en boetevermindering
Appellant ontving bijstand en trouwde in oktober 2013 in Marokko. Hij meldde het huwelijk pas in januari 2014 in de gemeentelijke basisadministratie. De gemeente ontdekte het huwelijk via een bestandsvergelijking en trok de bijstand over de periode van 22 oktober 2013 tot 26 februari 2014 in, met terugvordering van €4.332,02 en een boete van hetzelfde bedrag wegens niet-melding van het huwelijk.
De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit deels, stelde de terugvordering vast op €4.312,68 en matigde de boete tot €2.000. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet ondubbelzinnig duurzaam gescheiden leefde in de periode, waardoor hij als gehuwd moest worden aangemerkt. De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door het huwelijk niet tijdig te melden.
De Raad verwierp het beroep van appellant dat dringende redenen tot matiging van terugvordering bestonden, zoals alcoholafhankelijkheid en schulden. Wel corrigeerde de Raad een rekenfout in de terugvordering en stelde deze vast op €4.267,68. De boete werd door de Raad verminderd tot €1.179,35 vanwege normale verwijtbaarheid en beperkte draagkracht van appellant. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De terugvordering bijstand wordt vastgesteld op €4.267,68 en de boete op €1.179,35 wegens normale verwijtbaarheid en onvoldoende bewijs van duurzaam gescheiden leven.