ECLI:NL:CRVB:2012:BW6528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij bijstandsmaatregel
Appellante had bijstand toegekend gekregen met een maatregel van 20% gedurende een maand. De rechtbank had de maatregel vernietigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het college trok vervolgens het besluit over de maatregel in. In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar verhaal te doen over de toegepaste norm en de bejegening door het college, en verzocht zij alsnog om schadevergoeding.
De Raad toetste ambtshalve het procesbelang en oordeelde dat dit ontbrak omdat het materiële belang door de intrekking van de maatregel was komen te vervallen. Ook het principiële belang bij een uitspraak over de toegepaste norm en de bejegening werd niet als voldoende procesbelang aangemerkt. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en materiële schade.
Daarmee werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskosten afgewezen. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het vereiste van procesbelang in bestuursrechtelijke procedures over bijstandsmaatregelen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende procesbelang.