ECLI:NL:CRVB:2010:BM7208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen langdurige ontheffing van arbeidsinschakelingsverplichtingen bij bijstand
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand en heeft meerdere psychologische onderzoeken ondergaan die beperkingen in arbeidsinschakeling vaststelden. Het Dagelijks Bestuur verleende appellant in 2007 een ontheffing van de verplichting tot het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid voor de duur van één jaar, met uitzondering van de verplichting beschikbaar te zijn voor voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling.
Appellant stelde dat hij volledig en voor een langere periode ontheffing had moeten krijgen. De Raad oordeelde dat de wet geen ruimte biedt voor permanente ontheffing en dat het Dagelijks Bestuur beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de termijn. De termijn van één jaar was niet onredelijk en sloot aan bij de uitvoeringspraktijk en de tijdelijke toestemming voor zelfstandige activiteiten.
Verder bleek dat het Dagelijks Bestuur in 2007 geen voorzieningen of maatregelen had aangeboden of opgelegd. De Raad stelde vast dat appellant daardoor geen procesbelang had bij verdere inhoudelijke beoordeling van de ontheffing. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellant heeft geen procesbelang bij verdere beoordeling.