ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij zij stelde dat haar lichamelijke klachten en beperkingen onvoldoende waren erkend en dat de voor haar geschikte functies niet medisch passend waren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit deels vanwege onjuiste arbeidskundige gronden, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat voldoende passende functies overbleven. In hoger beroep heeft de Raad het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig beoordeeld en geen aanleiding gezien om de beperkingen anders te waarderen.
Het UWV had tijdens de procedure een functie bijgeduid binnen dezelfde SBC-code, namelijk vertegenwoordiger dagblad, wat volgens vaste rechtspraak geoorloofd is als er voldoende verwantschap bestaat. De Raad concludeerde dat deze verwantschap aanwezig is en dat de functie passend is.
Het hoger beroep faalt daarmee en de Raad bevestigt de aangevallen uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.