ECLI:NL:CRVB:2010:BO4439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering over 2007 niet terecht
Betrokkene had bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van bewindvoering over 2007, een bedrag van € 70,50 per maand. De gemeente wees deze aanvraag af omdat zij meende dat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan konden worden aangemerkt, mede omdat een bijstandsuitkering niet als netto-opbrengst van de onder bewind staande goederen geldt volgens artikel 1:447 BW Pro.
De rechtbank Arnhem verklaarde het bezwaar gegrond en kende de bijzondere bijstand toe, stellende dat de bewindvoerder haar aanspraak op beloning kon ontlenen aan de Aanbevelingen van het Landelijk Overleg Kantonrechters (LOK). De gemeente ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Aanbevelingen van het LOK slechts een uitgangspunt vormen en dat de kantonrechter de beloning anders kan regelen. De Raad stelt vast dat de tarieven van de bewindvoerder door de kantonrechter zijn goedgekeurd, wat als een afwijkende regeling geldt. Hierdoor zijn de kosten noodzakelijk en voortvloeiend uit bijzondere omstandigheden, zodat bijzondere bijstand toewijsbaar is.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de gemeente in de proceskosten. Hiermee wordt de aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering over 2007 toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kosten van bewindvoering bijzondere noodzakelijke kosten zijn en wijst het hoger beroep van de gemeente af.