ECLI:NL:RBMNE:2021:6391
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijzondere bijstand voor kosten beheerrekening onder bewind
Eiser, onder bewind gesteld sinds november 2020, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van bewindvoering, mentorschap, griffierecht en het openen van leefgeld- en beheerrekeningen. Verweerder kende bijstand toe voor bewindvoering, mentorschap en griffierecht, maar weigerde vergoeding voor de bankrekeningkosten omdat deze als algemene kosten van bestaan werden beschouwd en niet volgens de Regeling beloning curatoren en bewindvoerders in aanmerking komen.
De rechtbank oordeelde dat de kosten voor het openen van de leefgeldrekening niet noodzakelijk waren omdat er een bestaande rekening omgezet had kunnen worden, maar dat de kosten voor het openen van de beheerrekening wel noodzakelijk zijn en voortvloeien uit de bijzondere omstandigheid van onderbewindstelling. Daarom is het bestreden besluit gemotiveerd onvoldoende en vernietigd voor zover het de beheerrekening betreft.
Echter, de rechtbank handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat de aanvraag om bijzondere bijstand pas na het maken van de kosten werd ingediend, en geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die terugwerkende kracht rechtvaardigen. Verweerder moet het betaalde griffierecht vergoeden. Het beroep is gegrond verklaard, maar de afwijzing van bijzondere bijstand voor de kosten van het openen van de leefgeldrekening blijft in stand.
Uitkomst: Het besluit wordt vernietigd voor de kosten van de beheerrekening, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege de aanvraagdatum.