ECLI:NL:CRVB:2010:BN4044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij WW-besluiten niet vastgesteld
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde bij besluit van 1 september 2006 dat betrokkene recht had op een WW-uitkering vanaf 8 december 2005. Vervolgens herzag het Uwv de uitkering bij besluiten van 19 februari 2007 en vorderde het een bedrag van € 6.443,97 terug. Deze besluiten werden als onderdeel van een groot dossier aan de rechtbank gezonden in een procedure over een WAO-uitkering.
Betrokkene maakte bezwaar tegen de terugvordering, maar het Uwv verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde echter dat de toezending van de besluiten binnen het WAO-dossier geen formele bekendmaking van de WW-besluiten was in de zin van artikel 3:41 Awb Pro, waardoor de bezwaartermijn niet was aangevangen. Pas na toezending van de besluiten aan de gemachtigde na het maken van bezwaar begon de termijn te lopen.
Het Uwv ging in hoger beroep, stellende dat de termijn op 11 mei 2007 was aangevangen door toezending aan de toenmalige gemachtigde. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het beroep. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.