ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in socialezekerheidsprocedures
Betrokkene voerde hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank in twee procedures over zijn aanspraak op WAO-uitkeringen. De procedures namen respectievelijk ruim negen jaar en bijna zes jaar in beslag. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was overschreden.
De Staat erkende de overschrijding en bood een vergoeding van €3.000 aan, maar betwistte dat de inschakeling van een deskundige een verlenging van de termijn rechtvaardigde. Betrokkene vorderde een hogere schadevergoeding. De Raad oordeelde dat de rechterlijke fase in de eerste procedure met ruim drie jaar was overschreden, wat leidt tot een vergoeding van €3.500.
Voor de tweede procedure volstond de Raad met de vaststelling van de overschrijding, aangezien beide procedures over hetzelfde onderwerp gingen. De Staat werd tevens veroordeeld in de proceskosten van €644. De Raad wees het verzoek van de Staat af om de Raad voor de rechtspraak als partij aan te merken in plaats van de minister van Justitie.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €3.500 schadevergoeding en €644 proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.