ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-uitkeringsprocedures
Betrokkene voerde drie procedures over het recht op een WAO-uitkering, waarvan in twee procedures de redelijke termijn werd overschreden. De Raad stelde vast dat het UWV bijdroeg aan de overschrijding in de eerste procedure vanwege een langere behandelingsduur dan wettelijk toegestaan. De Staat erkende de overschrijding en bood een schadevergoeding aan.
De Raad overwoog dat de redelijke termijn moet worden beoordeeld aan de hand van omstandigheden zoals complexiteit, procesverloop en gedragingen van partijen. De behandeling bij het UWV duurde langer dan de wettelijke beslistermijn, en het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot uitstel. De inschakeling van een deskundige rechtvaardigde geen langere termijn in hoger beroep.
De Raad stelde de redelijke termijn op vier jaar, terwijl de eerste procedure ruim zes jaar duurde, wat resulteerde in een schadevergoeding van €3.000,--, waarvan €2.500,-- voor rekening van de Staat en €500,-- voor het UWV. Voor de tweede procedure werd volstaan met de vaststelling van overschrijding zonder extra vergoeding. Daarnaast werden beide partijen veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan betrokkene wegens overschrijding van de redelijke termijn.