ECLI:NL:CRVB:2011:BP5720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit arbeidsongeschiktheid wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Betrokkene vroeg een WAO-uitkering aan na het staken van zijn werkzaamheden wegens knieklachten. Het UWV wees de aanvraag af op basis van een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling waarbij functies werden gebruikt met een actualiseringsdatum na de datum in geding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar kende een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het UWV. De Raad oordeelt dat het UWV niet heeft aangetoond dat de gebruikte functies per 9 september 1998 feitelijk op de arbeidsmarkt voorkwamen, dat de belasting ervan de belastbaarheid van betrokkene niet overschreed, en dat de beloning leidde tot de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Hierdoor is het besluit in strijd met het Schattingsbesluit WAO.
De Raad bevestigt de medische beoordeling van de rechtbank, waarbij geen aanleiding is voor een deskundigenonderzoek. Ook wordt geoordeeld dat de overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursprocedure volledig voor rekening van het UWV komt. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.
Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.