ECLI:NL:CRVB:2006:AW1316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Verrekening WAO-uitkering met bijstandsuitkering en matiging proceskostenvergoeding
Appellante ontving een bijstandsuitkering en een WAO-uitkering over de periode van 24 december 2002 tot en met 30 november 2003. De gemeente Maastricht had de WAO-uitkering niet volledig op de bijstand in mindering gebracht en besloot het recht op bijstand te herzien en de kosten van bijstand terug te vorderen. Appellante betwistte de verrekening en de matiging van de vergoeding van de kosten in bezwaar.
De Raad oordeelt dat de WAO-uitkering moet worden aangemerkt als inkomen in verband met arbeid en derhalve volledig in mindering dient te worden gebracht op de bijstandsuitkering. De uitzondering voor inkomsten uit arbeid, zoals opgenomen in artikel 43, tweede lid, aanhef en onder m en n van de Abw, is niet van toepassing omdat appellante geen daadwerkelijke arbeid verrichtte. De herziening en terugvordering door gedaagde zijn daarom terecht.
Voorts vernietigt de Raad het besluit tot matiging van de vergoeding van de kosten in bezwaar, omdat appellante niet slechts op een punt van ondergeschikt belang in het gelijk is gesteld. De Raad veroordeelt de gemeente Maastricht tot het betalen van een volledige vergoeding van de kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief griffierechten.
Uitkomst: De WAO-uitkering wordt volledig op de bijstandsuitkering in mindering gebracht en de matiging van de kostenvergoeding wordt vernietigd.