Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 januari 2022 in de zaak tussen
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- Er was slechts van één dier op het hele bedrijf van [naam 2] een positieve uitslag op MKZ en daar stonden drie negatieve uitslagen van monsters die van hetzelfde dier afkomstig waren tegenover, terwijl een tweede positief op MKZ getest monster van de kop van hetzelfde kalf dateerde van na het primaire besluit en is geanalyseerd door middel van de ondeugdelijke PCR-test.
1 juli 2013 ingetrokken artikel 8:73 van Pro de Awb door genoemd artikel IV, eerste lid, bij die intrekking zijn werking heeft behouden, kan de rechter een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toekennen met overeenkomstige toepassing van die bepaling (zie het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5046). Aangezien het verzoek van appellant om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn betrekking heeft op de procedure naar aanleiding van besluiten die voor 1 juli 2013 bekend zijn gemaakt, is hierop het recht van toepassing zoals dat gold vóór 1 juli 2013. Het College verwijst hierbij naar zijn uitspraak van 7 januari 2020, onder 8.2.2.
€ 11.173,53 en de Staat tot betaling van een bedrag van (39/170 x € 14.500,- =) € 3.326,47 .
€ 759,- en een wegingsfactor 0,5). Het College stelt de aan appellant voor deze proceshandelingen toe te kennen proceskostenvergoeding daarom vast op € 759,-.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II van 17 februari 2020;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit II in stand blijven;
mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van mr. I.S. Post, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2022.