ECLI:NL:CBB:2021:1032
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing generieke korting
Appellante, een melkveehouder, betwistte het besluit van de minister van Landbouw waarin haar fosfaatrecht werd vastgesteld en de generieke korting werd toegepast omdat haar bedrijf niet grondgebonden zou zijn. Zij stelde dat een groter areaal landbouwgrond tot haar bedrijf behoorde, mede door grondgebruikersverklaringen en feitelijke beschikkingsmacht over aan derden in gebruik gegeven gronden.
Het College oordeelde dat verweerder terecht 46,16 hectare grond buiten beschouwing had gelaten omdat niet was gebleken dat deze gronden in het kader van een normale bedrijfsvoering bij appellante in gebruik waren. De grondgebruikersverklaringen waren onvoldoende om feitelijke beschikkingsmacht aan te tonen, mede omdat de gronden door andere zelfstandige bedrijven werden gebruikt met eigen mestboekhouding.
Voorts faalde het beroep van appellante op de knelgevallenregeling omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat op de peildatum sprake was van minder fosfaatruimte door realisatie van natuurgebied of infrastructuur. Ook was er geen sprake van een individuele en buitensporige last, omdat de afspraken over grondgebruik al jaren bestonden en niet incidenteel waren.
Ten slotte was het bestreden besluit voldoende gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het bestreden besluit is ongegrond verklaard.