ECLI:NL:CBB:2020:993
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming TOGS wegens niet-aansluitende SBI-code ondanks feitelijke podiumkunstactiviteiten
Appellante, actief als theatermaker en acteur, vroeg een tegemoetkoming aan op grond van de TOGS-regeling vanwege omzetverlies door COVID-19-maatregelen. Haar inschrijving in het handelsregister op de peildatum 15 maart 2020 vermeldde echter een SBI-code die niet in de bijlage van de TOGS-regeling stond, waardoor haar aanvraag werd afgewezen.
Hoewel appellante haar inschrijving later met terugwerkende kracht corrigeerde en haar feitelijke activiteiten wel binnen de doelgroep vielen, oordeelde verweerder dat alleen de registratie op de peildatum bepalend is voor de toekenning. De maatwerkprocedure voor onjuiste SBI-codes werd gevolgd, maar in dit geval leidde dat niet tot een positieve beoordeling.
Het College oordeelde dat de TOGS-regeling buitenwettelijk begunstigend beleid is en dat de afwijzing consistent en rechtmatig was toegepast. Het vasthouden aan de peildatumregistratie is begrijpelijk vanwege uitvoerbaarheid en fraudegevoeligheid, maar kan leiden tot onbevredigende uitkomsten voor daadwerkelijk getroffen ondernemingen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij het College tevens opmerkte dat ook opvolgende regelingen mogelijk dezelfde problematiek kennen, wat vragen oproept over de ondersteuning van getroffen ondernemingen met niet-aansluitende handelsregistergegevens.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de TOGS-aanvraag werd ongegrond verklaard vanwege de niet-aansluitende SBI-code op de peildatum.