ECLI:NL:RVS:2018:476
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J.J. van Eck
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand bij bezwaar bestuurlijke boete
De zaak betreft een aanvraag van appellant sub 1 voor een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand bij het maken van bezwaar tegen een bestuurlijke boete van €6.000 opgelegd wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen. De raad voor rechtsbijstand wees de aanvraag af op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb), omdat het betrof de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit van de raad wegens een motiveringsgebrek en oordeelde dat de bezwaarfase niet op voorhand is uitgesloten van het recht op kosteloze rechtsbijstand zoals neergelegd in artikel 6, derde lid, aanhef en onder c, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank stelde echter dat appellant sub 1 niet voldeed aan de criteria voor kosteloze rechtsbijstand in de bezwaarfase.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het besluit van de raad van 4 september 2015 vernietigd moet worden omdat de raad ten onrechte heeft aangenomen dat artikel 6, derde lid, aanhef en onder c, EVRM niet van toepassing is in de bezwaarfase. Desondanks blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de afwijzing van de toevoeging rechtmatig is. Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard, dat van de raad gegrond. De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de raad tot afwijzing van de toevoeging wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.