ECLI:NL:CBB:2019:677
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en grondgebondenheid bij grensoverschrijdend melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf met landbouwgrond in Nederland en België en stelde dat haar Belgische percelen meegeteld moesten worden voor de grondgebondenheid in het fosfaatrechtenstelsel. Verweerder stelde dat de Msw buiten Nederland gelegen landbouwgrond uitsluit en dat de Grensboerregeling slechts een uitzondering is voor bemesting, niet voor grondgebondenheid.
Het College bevestigde dat de Belgische percelen niet meetellen voor de grondgebondenheid en dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Appellante had bovendien pas na 2 juli 2015 een uitbreidingsvergunning gekregen en mocht niet meer dan 251 melkkoeien houden; uitbreiding daarboven was vooruitlopen op vergunning.
De financiële scenario's die appellante aanvoerde boden onvoldoende inzicht in de werkelijke last en konden het beroep niet ondersteunen. Het College oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, maar dat dit gebrek niet tot benadeling had geleid. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.