ECLI:NL:CBB:2019:503
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor illegale FM-uitzending vanaf perceel appellant
Appellant werd door de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat een bestuurlijke boete opgelegd wegens het uitzenden van een illegale radio-uitzending in de FM-omroepband vanaf zijn perceel op 23 juli 2015 zonder vergunning. De boete werd vastgesteld op €2.500,- na een eerdere verlaging van een hogere boete. Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen uitzending had verricht, dat de meetmethode onzorgvuldig was en dat de boete te hoog was.
Het College overwoog dat de staatssecretaris het bewijs mocht baseren op het rapport van de toezichthouder en dat appellant zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd. De mogelijkheid dat de uitzending van een andere locatie kwam werd niet aannemelijk geacht. De vermeende datumfout in het rapport was een kennelijke verschrijving. De aanwezigheid van een foto uit 2011 in het dossier deed niet af aan de vaststelling van de overtreding.
Verder oordeelde het College dat appellant als functioneel dader kon worden aangemerkt omdat hij als zakelijk gerechtigde van het perceel tekort was geschoten in het voorkomen van de overtreding. De hoogte van de boete werd als redelijk beschouwd, mede gelet op de vaste gedragslijn van de staatssecretaris en eerdere jurisprudentie. De overschrijding van de termijn voor het opleggen van de boete leidde niet tot verval van de bevoegdheid. De spijtoptantenregeling was terecht niet aangeboden omdat appellant eerder al een illegale uitzending had verricht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van €2.500,- bevestigd.