Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 juli 2021 op het hoger beroep van:
[naam 1] B.V., te [plaats] , appellante
AWB 19/955, in het geding tussen
appellante
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
24 april 2017 (ECLI:NL:RBOVE:2017:1746) en van 22 februari 2019 met nummer
AWB 18/1521 (niet gepubliceerd) gaat niet op, omdat in de hier aan de orde zijnde zaak het feitencomplex en het daarmee corresponderende wettelijke voorschrift dat is overtreden duidelijk zijn benoemd.
7 december 2018. Het College zal boete 1 dan ook vaststellen op € 1.350,-.
Beslissing
- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep in zoverre gegrond;
- vernietigt het besluit van 16 april 2019 in zoverre;
- herroept het besluit van 7 december 2018 voor zover boete 2 daarbij is opgelegd;
- stelt boete 1 vast op een bedrag van € 1.350,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit van 16 april 2019;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- draagt de minister op het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 877,- (€ 345,- + € 532,-) aan appellante te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de door appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 2.992,-.