ECLI:NL:CBB:2018:420
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Stam
- R. W.L. Koopmans
- T.L. Fernig-Rocour
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingen fosfaatreductieplan 2017 en recht op ongestoord genot van eigendom
Het geschil betreft heffingen opgelegd aan een melkveebedrijf op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017, die tot doel heeft de fosfaatproductie te reduceren om te voldoen aan Europese milieunormen en het behoud van derogatie. Appellante betwist de heffingen, met name de verrekening via het melkgeld en de invoering van het jongveegetal, dat volgens haar leidt tot een individuele en buitensporige last.
De Regeling legt heffingen op voor het overschrijden van een referentieaantal runderen, met een progressieve inkrimpingsverplichting. De verrekening van heffingen met het melkgeld wordt door het College als een privaatrechtelijke handeling beoordeeld, buiten de bestuursrechtelijke toetsing. De betalingsverplichting is volgens het College rechtsgeldig ontstaan ondanks het ontbreken van expliciete betalingstermijnen in de primaire besluiten.
Ten aanzien van het eigendomsrecht oordeelt het College dat de Regeling een rechtvaardige inmenging vormt die voldoet aan de eisen van proportionaliteit en fair balance zoals vereist door artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. De invoering van het jongveegetal, hoewel nadelig voor appellante, vloeit voort uit eigen keuzes en leidt niet tot een individuele en disproportionele last.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffingen op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 wordt ongegrond verklaard.