Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
de staatssecretaris van Economische Zaken (hierna: de staatsecretaris),
gemachtigde van appellante sub 3: [naam 4]
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
De uitspraak van de rechtbank
De beoordeling van het geschil in hoger beroep
€ 3,50 voor de kilogrammen stikstof waarvoor wegens overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen reeds het tarief van € 7 is toegepast.
Het College is daarom, met de rechtbank, van oordeel dat appellanten 3 en 4 terecht als medeplegers zijn beschouwd zodat hen op goede gronden een boete is opgelegd wegens het overtreden van het in artikel 7 van Pro de Msw neergelegde verbod.
Het College ziet net als de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat bij het opleggen van de boete, dan wel het bepalen van de boetehoogte, rekening had moeten worden gehouden met de omstandigheid dat appellant 1 ten tijde van de overtredingen nog minderjarig was. Hierbij heeft het College in aanmerking genomen dat appellant 1, ondanks zijn minderjarigheid, zich in het economisch verkeer als een volwassene heeft gemanifesteerd en kans heeft gezien om een omvangrijke mesthandel op te zetten. Bovendien is appellant 1 wat het jaar 2009 betreft voor dezelfde overtreding beboet.