ECLI:NL:RBOBR:2017:359
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging voor overtredingen Meststoffenwet deels vernietigd wegens ne bis in idem en termijnoverschrijding
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van eisers tegen bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtredingen van de Meststoffenwet door [bedrijf 2] en betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen. De boetes betroffen het niet voldoen aan verantwoordingsplicht, het niet naar waarheid opmaken van vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (VDM's) en het niet volledig of naar waarheid verstrekken van exportgegevens.
De rechtbank oordeelde dat de boetes aan [persoon 1] als medepleger en als feitelijk leidinggever gebaseerd waren op dezelfde overtredingen, wat in strijd is met het ne bis in idem-beginsel. Daarom werd de laagste boete vernietigd. Tevens werd de redelijke termijn overschreden, waardoor de boetes met 10% werden gematigd. De rechtbank verwierp de stellingen van eisers dat de boetes disproportioneel waren of dat sprake was van eendaadse samenloop.
De rechtbank bevestigde dat [bedrijf 2] als overtreder kon worden aangemerkt en dat [persoon 1] en [bedrijf 1] als medeplegers en [persoon 1] als feitelijk leidinggever konden worden beschouwd. De boetes werden aangepast en de proceskosten werden aan verweerder opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard en de bestreden besluiten werden deels vernietigd.
Uitkomst: De boetes werden deels vernietigd wegens strijd met ne bis in idem en overschrijding van de redelijke termijn, met matiging van de boetes en toewijzing van proceskosten.